UIT DE COMMISSIE EMISSIEBEHEER VAN 13-02-2020
's-Hertogenbosch, 13 februari 2020

Laten we dit artikel beginnen met een citaat van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Bij onze AB-vergadering van 13-12-2019 was bij agendapunt 7 een publicatie uit de "Nationale analyse waterkwaliteit; tussentijdse resultaten en conclusies, 2019" (publicatienummer: 3664) toegevoegd.

Op pagina 8 lezen we: "In een aantal gebieden, waaronder het zuidelijk zandgebied, is de opgave dusdanig groot dat naast bovenstaande maatregelen ook structurele aanpassingen in de landbouwkundige bedrijfsvoering nodig zijn om de doelen te kunnen halen. Dit heeft onder andere als oorzaak dat de invulling van het mestbeleid niet goed is afgestemd met de doelen voor waterkwaliteit. Maatregelen waaraan kan worden gedacht zijn bemesten onder het bemestingsadvies, op grote schaal aanleggen van mestvrije bufferstroken, of aanpassing van de gewaskeuze op uitspoeling gevoelige zandgronden (PBL 2017). Het is voor de meeste boeren niet mogelijk zelf zo'n structurele draai te maken: de kosten zijn te hoog en de uitkomsten te onzeker. Als men de KRW-doelen wil halen, vraagt dit om collectieve actie onder regie van het Rijk, gebaseerd op een gedeeld toekomstbeeld voor de Nederlandse landbouw en zijn bedrijfstakken, met aandacht voor andere verdienmodellen en het omgaan met verliezen (PBL 2018)".

Een bladzijde verder in het rapport staat: "Waar verdere verbetering niet past zonder dat er significante schade aan gebruiksfuncties optreedt, zou een dergelijk afweging moeten resulteren in (technische) aanpassing van de doelen".
"Aangezien de interpretatie van 'significante schade' deels ook een bestuurlijke of politieke keuze is (Stowa 2018), verdient het aanbeveling om aandacht te houden voor (hernieuwde) afweging van mogelijke maatregelen"
.

Relevant is nu welke variant uit de onderzochte scenario's door dit bestuur van Waterschap Aa en Maas volgende week vrijdag wordt gekozen. Bijlage 3 in de stukken geeft de scenario's goed weer. Het voorstel van het DB gaat uit van "waterkwaliteit en nutriënten op de norm". De VVD-fractie vindt "Tandje erbij - 2027" realisme met ambitie. Doelen zijn er om gehaald te worden en kunnen zich, als ze niet haalbaar zijn, flinke gevolgen hebben. We lichten dit verder toe.

Ambitie en doel worden, volgens de VVD in dit DB-voorstel door elkaar gehaald. Wat we volgens ons delen als AB is dat we, met ons waterbeheer, alles binnen onze macht willen doen om in 2027 het maximaal haalbare uit ons watersysteem te halen. Dus binnen ons handelingskader de juiste stappen zetten met als uitgangspunt dat we de gebruiksfuncties (veelal natuur, bewoning en landbouw) in ons gebied respecteren. In dat geval respecteren we ook dat de stikstoftoevoer vanuit de natuurgebieden en agrarische omgeving slechts beperkt zal afnemen. We respecteren dat de transitie is ingezet maar zeker nog niet is voltooid. Dat WE onze boeren, burgers en natuurliefhebbers accepteren zoals ze nu bezig zijn in hun tempo van verduurzaming. We zijn bewust van onze rol als waterschap en dat we in Brabant geen sturende rol hebben op wat er buiten de oevers gebeurt.

Natuurlijk mag de ambitie in het watersysteem verder reiken dan wat we nu waarmaken. Mét de minister zijn wij er als fractie van overtuigd dat dit niet haalbaar is in 2027. Wij zijn realistisch! We weten ook dat we NU, als waterschap, de allesbepalende voorzet geven voor de doelstellingen voor 2027. We kunnen deze NU bijstellen naar een stikstofnorm -10% met een tandje erbij.

Als we de gestelde doelen halen dan komt er na 2027 een nieuwe kans om hogere doelen te stellen. Is het niet in de KRW dan kan dat gewoon in ons Waterbeheerplan (WBP). Het verschil is dat we op die manier een betrouwbare overheid zijn en beloften nakomen. Daarmee voorkomen we dat we ons, voor de 3e keer, doelen hebben gesteld die niet haalbaar zijn omdat we er voor 2/3 deel geen invloed op hebben. Voor de periode tot 2027 maakt voor beide scenario's, in ons handelen, niets uit wat de KRW-norm is. Onze eigen ambitie en maatregelen bepalen we hier zelf met elkaar. We zetten in beide scenario's dezelfde stappen naar 2027.

Het lijkt erop dat het geen verschil maakt welk doel, ofwel welk scenario er wordt gekozen in de redenatie. Zit er verschil in het scenario van het DB of van de VVD-fractie? Ja, dit maakt wel degelijk verschil. Wij zien tegenwoordig dat de rechterlijke macht overheden houdt aan normenkaders en beleidsdoelstellingen. Lig je niet op schema met de klimaatambities: Urgenda stapt naar de rechter en dwingt dit terecht af. Beloofd is beloofd is de uitleg. Bij de stikstofproblematiek (nu actueel) precies hetzelfde. Economie en ecologie komen hardhandig in botsing na een gerechtelijke uitspraak. Met de herziening van de KRW-doelen wordt NU een doel verankerd op Europees niveau en het nationale kader dient straks wellicht hierop bijgesteld te worden.

Wij hebben vorige vergadering gevraagd om een risicoanalyse maar niet aangetroffen bij de stukken. De VVD voorziet een serieus probleem als er onhaalbare KRW-doelen worden voorgelegd aan Europa. Het Weser-arrest in Duitsland is door onze voorzitter ook in Nederland onder de aandacht gebracht. Bij onze oosterburen hangt op dat gebied een slot op de deur. Terecht! Wat je belooft moet je waarmaken als overheid en niet met twee aparte departementen twee aparte regels uitvaardigen.

Uitgangspunt in de onderbouwing van beide scenario's is dat we geen schade toebrengen aan gebruiksdoelen. Volgens de fractie VVD is het hele AB er voorstander van dat we als waterbeheerders doen wat binnen onze invloedssfeer ligt om ecologie op een hoger niveau te tillen. Dit bestuursakkoord maakt het mogelijk om een tandje bij te zetten.

Wat we, volgens de VVD, echt niet willen is dat een gekozen norm kan inslaan als een bom door een juridische uitspraak. Om dit risico te ondervangen is het van belang om te kiezen voor het scenario "Tandje erbij - 2027". Wie kiest voor het scenario "Nutriënten op norm" leggen nu bewust een juridische handgranaat in onze Brabantse samenleving. De rechter heeft, buiten onze invloedssfeer, de vinger aan de pin.

Wij als fractie VVD willen dit risico niet nemen en gezamenlijk, met een tandje erbij, de voorgestelde maatregelen treffen in ons watersysteem. We roepen de overige leden op om in het AB van 21 februari a.s. met ons mee te gaan in het amendement dat wordt voorbereid voor het scenario "Tandje erbij - 2027". Daarmee komen we hopelijk tot een besluit dat ook acceptabel is voor onze medebestuurders in Provinciale Staten bij het vaststellen van het Provinciaal Milieu en Waterplan en naadloos in de Brabantse omgevingsvisie past. Daar zijn wij van overtuigd!

We zouden het op prijs stellen als het DB haar standpunt wil delen met het oog op de juridische risico's en de voor en nadelen van deze twee scenario's overzichtelijk op papier wil zetten voor het AB van 21 februari a.s.

We vragen de collega's in deze commissie om hun eerste reactie te geven op ons voorstel in de tweede termijn. Hierbij mag aangegeven worden of er bereidheid is om eventueel een bijdrage te leveren aan een breed gedragen amendement voor scenario "Tandje erbij - 2027".
Herziening normen Kaderrichtlijn Water (KRW) voor periode tot 2027

William de Kleijn
Fractievoorzitter VVD Aa & Maas
Tel.: 06-55686559
Stuur me een mail